John de Bever over zijn jaren als (zaal)voetballer
Door Willem Jan Schampers
Hij is 61 jaren jong, maar dat zou je hem niet geven. Eeuwig jong, zeker als je John de Bever nog vrijwel wekelijks ziet dartelen tijdens een partijtje zaalvoetbal in Veghel. Hij werd ooit uitgeroepen tot ‘de beste zaalvoetballer ter wereld’ en speelde betaald voetbal in België en bij Dordrecht’90 in Nederland. Bij het grote publiek is De Bever echter voornamelijk bekend als volkszanger.
‘Wij waren bloedfanatiek; als je nu zo tekeer gaat, krijg je tbs!’
In 2015 scoorde hij een enorme hit met het nummer ‘Jij krijgt die lach niet van mijn gezicht’. Hiermee groeide De Bever uit tot een cultheld in het Nederlandse amateurvoetbal. De plaat werd een veel gedraaid nummer in voetbalkantines en -kleedkamers. Omdat de speelsters van het Nederlands vrouwenvoetbalelftal het nummer tijdens het EK in eigen land tot hun lijflied maakten, bleef ‘Die lach’ onverminderd populair. De ploeg van Sarina Wiegman werd vervolgens Europees kampioen en De Bever kwam landelijk in de schijnwerpers. “Het leverde me een heleboel extra optredens op”, klinkt het lachend. “Zeker, nadat we een speciale voetbaltekst hadden geschreven.”
Tijdens de huldiging van de vrouwen in Utrecht mocht hij het nummer live zingen. “Prachtig om mee te maken! Ach, weet je, soms moet je een beetje geluk hebben. Ik had al wel wat succesvolle duetten opgenomen met onder meer Marianne Weber, Jan Smit en Corry Konings, maar dit was écht ongekend!” Op 20 september 2016 ontving De Bever een Buma NL Award en een Gouden Award voor de verkoop van meer dan twintigduizend exemplaren. Op Spotify werd het nummer 54 miljoen keer beluisterd. Via YouTube meer dan dertig miljoen keer. “Uiteindelijk kreeg ik zelfs een dubbel platina plaat”, zegt De Bever trots.
‘Ik wilde altijd winnen, nog steeds. Je kunt met mij beter geen spelletje doen’
Realityserie
De vaste kijkers van Voetbal Inside zagen hem ook wel eens aan de bar zitten en De Bever mag zich een zeer goede vriend van Johan Derksen noemen. Zijn bekendheid leverde hem allerlei tv-optredens op. Zo was hij te zien in het spelprogramma ‘Fort Boyard’, maar ook in ‘Expeditie Robinson’ en ‘The Passion’. Tegenwoordig heeft De Bever – die als een van de weinige profvoetballers openlijk durfde uit te komen voor zijn geaardheid – een eigen realityserie met zijn man én manager Kees Stevens. En ‘De Bevers’ zijn inmiddels zo populair dat er volgend jaar zelfs een heuse speelfilm uitkomt met dit bijzondere showbizzkoppel: ‘Alles voor de Fans’. “Vanaf februari te zien in de bioscoop”, grinnikt De Bever. “Ik noem mezelf intussen ‘George Clownie’.”
Natuurlijk gaat het hierover in dit interview, maar de hoofdmoot vormt toch de voetbalcarrière van De Bever. Voornamelijk als zaalvoetballer was hij een fenomeen, maar ook op amateur- en professioneel niveau op het veld timmerde hij jaren heel aardig aan de weg. “Ik ben begonnen in de jeugd bij BMC in Berlicum. Vandaar ben ik naar SCI in Sint-Michielsgestel gegaan. Volgens mij toen een vierdeklasser. Als jong menneke debuteerde ik in het eerste elftal. In de eerste elf wedstrijden scoorde ik twintig keer, maar in de terugronde maakte ik geen enkel doelpunt mee. Toen kenden de tegenstanders me en schopten ze me gewoon onder m’n flikker!”
Eigenzinnig
Volgens De Bever was het een hele leuke tijd en heeft hij er veel geleerd. Zeker ook hoe hij zich moest wapenen tegen spelers die vaak veel ouder, sterker en groter waren dan hemzelf. “Ik deed veel puur op techniek en was behoorlijk snel. Die kwaliteiten kwamen me later ook in de zaal goed van pas.” Maar eerst nog op het veld, waar De Bever rond zijn negentiende terecht kwam bij FC Den Bosch. “Jaartallen weet ik allemaal niet meer, zoals ik misschien ook wel een club vergeet, waar ik heb gespeeld”, lacht hij. “Het was in ieder geval met Theo de Jong als trainer. Ik speelde in het tweede, maakte 22 doelpunten en zou een A-contract krijgen. Uiteindelijk ging dit niet door en ben ik gestopt.”
Het tekent de eigenzinnigheid van De Bever, die het principe huldigt ‘Een man een man, een woord een woord’. “Ik houd er niet van als een afspraak niet wordt nagekomen. Als ik twintig keer zou scoren, lag er een profcontract klaar. Niet dus! Vandaar dat ik toen naar BVV in de hoofdklasse ben gegaan. Groot voordeel was dat ik spelen daar kon combineren met zaalvoetballen bij Rudy van der Zande op vrijdag. Na anderhalf jaar kon ik naar Witgoor Sport Dessel in België. De combinatie van betaald voetbal in België met zaalvoetballen in Nederland ging prima. Ook later bij RAAL La Louvière en KFC Diest.”
‘Als je nu zou worden uitgeroepen tot beste zaalvoetballer van de wereld, ben je miljonair!’
Mentaliteit
Eerlijkheidshalve zegt De Bever dat hij in deze tijd alleen voor het veldvoetbal zou hebben gekozen. “Omdat je nu twee jaar ‘een bietje’ voetbalt, ben je rijk. Bij mij ging het echter nooit om veel geld te verdienen. Ik hoefde maar twee keer in de week te trainen en kon ook nog lekker op vrijdag zaalvoetballen. Als ik ze ’s zondag maar binnenschoot! Zelfs bij Dordrecht’90, dat toen eredivisie speelde, mocht ik blijven zaalvoetballen. Dat was wel vermoeiend: elke dag trainen en dan op vrijdagavond bijvoorbeeld naar Volendam om tegen Kras Boys te spelen. Uiteindelijk heb ik dit maar een maand of vier volgehouden. Toen heb ik mijn contract ingeleverd.”
Volgens eigen zeggen heeft toenmalig trainer Han Berger hem nog proberen tegen te houden, maar zijn besluit stond al vast. “Ik had het er ook niet echt naar mijn zin. Diverse medespelers vonden het geen ramp als we degradeerden, want ze hadden hun geld al gehad. Die mentaliteit is niks voor mij. Ik heb gespeeld met jongens als Does van Veen, Edwin Grünholz en Joop Ludwig. Wij wilden altijd winnen. Ten koste van alles. We waren vroeger bloedfanatiek. Als het niet goed ging, vlogen de prullenbakken door de kleedkamer! Ik denk dat als we nu zo tekeer zouden gaan, we meteen tbs krijgen!”
De beste van de wereld
Als je tegen De Bever zegt dat hij vooral een hele goede zaalvoetballer was, reageert hij direct. “Ik kon misschien wel net zo goed uit de voeten op het veld, maar de meest voetballiefhebbers in Nederland kennen mij alleen maar van de zaal. Bovendien ben ik niet iemand die zichzelf op de borst hoeft te kloppen. Zoals ik het ook heel bijzonder vond dat ik in 1997, tijdens het WK voor clubteams in Brazilië, werd uitgeroepen tot beste zaalvoetballer van de wereld. Voor mij waren er veel betere spelers dan ik, Bijvoorbeeld Manoel Tobias (van Inter/Ulbra, red.)). Ik wilde het eerst ook helemaal niet geloven. Dacht dat ze me voor de gek hielden.”
Vanaf zijn zestiende speelde De Bever de pannen van het dak in de zaal. “Het klinkt misschien arrogant, maar ik dribbelde iedereen voorbij en kon heel snel schieten.” Zijn talent werd opgemerkt en in de jaren negentig was hij, samen met onder meer Edwin Grünholz en Pascal Langenhuizen, een van de boegbeelden van het Nederlandse zaalvoetbal. Bij Bunga Melati vierde De Bever zijn grootste successen en speelde 28 interlands. Begin jaren negentig richtte hij zijn eigen zaalvoetbalteam op: De Bever Boys. “Als speler was ik geen sympathieke jongen en wist het meestal beter dan de coach. Dus was het niet zo’n heel gekke gedachte om een eigen ploeg op te starten en mezelf altijd op te stellen. Haha!”
‘Of ik voor tien mensen moet zingen of voor veertigduizend; dat maakt me niet uit’
Zanger
Maar hoe is het zingen dan weer in zijn leven gekomen? De Bever: “Ik was veertien, toen ik op de Nijmeegse Vierdaagse werd ontdekt door Pierre Kartner – beter bekend als Vader Abraham van het Smurfenlied en ‘In ‘t kleine café aan de haven’. Vervolgens heb ik twee jaar bij hem onder contract gestaan en een elpee en drie singles gemaakt. Tussendoor zat ik op de kokschool, maar dit was geen succes. Omdat ik ook een heel aardig balletje kon trappen, heb ik toen besloten om me toe te leggen op het voetbal. Na mijn sportieve carrière ben ik weer artiest geworden. Dat was in 2006. Ik heb toen een duet opgenomen met Anny Schilder (ex-BZN, red.).”
Hiermee maakte Nederland opnieuw kennis met de zanger John de Bever. “Ik stond veelvuldig op het podium en was ook geregeld te zien op tv. Bij ‘Expeditie Robinson’ en een heuse Sinterklaasfilm tot ‘Het Jachtseizoen’ en ‘Ranking The Stars’. Als ik iets leuk vind, doe ik het. En tussendoor had ik ook het nodige succes met mijn liedjes. Vele mensen kennen me van ‘Je krijgt die lach niet van mijn gezicht’, maar ik heb ook andere hits gescoord. ‘Dat is de liefde’ met Marianne Weber bijvoorbeeld en ‘Ik heb maling aan wat mensen zeggen’ en ‘Kleine leugenaar’. Tijdens mijn optredens is het altijd feest. Ik vind het prachtig om de mensen te vermaken. Dat deed ik als voetballer al en doe ik nu als artiest.”
Klik op de afbeelding voor de video op YouTube.
Respectvol taalgebruik en naamsvermelding
Beledigende, discriminerende of bedreigende uitlatingen, evenals reacties die onder een anonieme naam worden geplaatst, worden zonder uitzondering verwijderd en kan leiden tot verdere maatregelen.
Het reactieformulier is bedoeld om op een nette manier je mening te delen.
Laten we samen zorgen voor een prettig en respectvol platform voor het amateurvoetbal.
Jouw reactie?