In december nam de Erpse krant een interview af met sportjournalist Jesse Deckers uit Erp. Deckers was in het verleden enige tijd actief voor AVE. Nadat hij echter werd benaderd door de plaatselijke krant om daar werkzaamheden te verrichten, kreeg hij te horen dat hij geen bijdragen meer mocht leveren aan AVE.
Dat is jammer, want binnen de organisatie werd Jesse Deckers ervaren als een betrokken en warmhartig persoon, met een grote passie voor het amateurvoetbal.
'Hij is pas 18 jaar, maar zijn bordje ligt al tot de rand toe vol vrijwilligerswerk'
Door Jeroen Vissers (Bron: Erpse krant)
Wie wil de clubpagina in deze krant wekelijks in elkaar zetten? Jesse Deckers heeft het, medeverantwoordelijk als hij is voor pr en communicatie binnen RKVV Erp, afgelopen zomer veel mensen gevraagd. Half uurtje werk in de week, beloofde hij. Maar niemand had tijd. En dus deed Jesse het zelf maar.
Zoals hij eind vorig seizoen ook aan had gegeven te stoppen met het trainen en coachen van het huidige JO17-2. Hij ging de jongens onder 12 al trainen en coachen. Dat zou al genoeg tijd in beslag nemen. Totdat ze belden vanuit de club: ‘We kunnen niemand vinden …’ Jesse hoefde niet na te denken. Dan deed hij dat er wel bij. “Sluit ook gewoon goed op elkaar aan”, vertelt hij, alsof het bijna vanzelfsprekend is dat hij ja zei. “Op maandag en woensdag train ik eerst de jongens onder 12, daarna de jongens onder 17. En op zaterdag sluiten ook de wedstrijden op elkaar aan: de een voetbalt in de ochtend, de ander in de middag. Dus kan ik er bij beide teams bij zijn …”
Tweede thuis
Jesse, die tegenover het hoofdveld van de blauwwitten woont, groeide op de voetbalclub op. Hij kon nog maar net lopen toen hij hele zondagen, van half 9 ’s morgens tot half 8 ’s avonds, op de voetbalclub doorbracht, waar opa Bobby altijd al was en waar zijn ouders de kantine beheren.
De club werd zijn tweede thuis. En dat is het nog steeds. Op maandag en woensdag traint hij er, op zaterdag coacht hij er, op zondag fluit hij vaak eerst een wedstrijd, daarna vlagt hij bij het eerste. Op donderdag is hij er ook te vinden. “Dat hoort zo”, zegt hij. “Ik houd de website van de club bij. Dan moet je wel weten wat er op de club leeft. Bovendien: dat is ook gewoon gezellig …”
Zelf voetballen … daar is hij maar mee gestopt. “Maar dat vindt denk ik niemand erg, hoor”, lacht hij. Gelukkig is hij op dinsdag en vrijdag vrij, toch? “Ja. Nou ja, op vrijdag is het wel nog zaalvoetbal. Ik zit in het bestuur van de zaalvoetbalvereniging …”
Sportjournalist
Hij is 18 jaar, maar het bordje met vrijwilligerswerk ligt tot aan de rand toe vol. Op zondag gaat hij na de wedstrijd daarom altijd wel even mee naar de kantine, maar gaat hij om 18.00 uur naar huis om trainers te bellen voor quotes in de krant. Daar is hij dan tot een uurtje of 22.00 uur mee bezig, waarna hij nog even het wedstrijdverslag van Erp maakt.
Het schrijven gaat hem trouwens goed af. Hij blijft weg van de traditionele verslagen, die inzoomen op details die er voor de neutrale lezer niet toe doen. Jesse gaat voor de hoofdlijnen, het grote verhaal, met wat lucht en Spielerei daar tussenin. “Als ik zelf geen wedstrijd hoef te fluiten of vlaggen, geef ik dat aan bij de redactie van de dagbladen. Dan sturen ze me naar een wedstrijd voor een verslag. Afgelopen zondag was ik bij VCO uit ’t Oventje tegen NLC uit Lith, in de vijfde klasse. Ik kan daar oprecht van genieten.
Ik schrijf ook voor de Supportersvereniging voor PSV, via Willem Jan Schampers van Amateurvoetbaleindhoven ben ik in contact gekomen met PSV.
In november was ik bijvoorbeeld nog in Athene, om verslag te doen van de wedstrijd in de Champions League van PSV. Superleuk natuurlijk. Zit ik daar zomaar op de perstribune, tussen alle doorgewinterde verslaggevers in. En toch … als ik moet kiezen tussen Athene of ’t Oventje, dan wint het amateurvoetbal het. Altijd. Waarom? Het is wat minder zakelijk. Je spreekt mensen langs de lijn die met de club verbonden zijn, die alles weten. Je leert zo veel mensen kennen. Ja, dat vind ik echt leuk om te doen.”
Hij heeft overwogen om na zijn havo een opleiding journalistiek te gaan doen, maar hij leert het schrijven liever in de praktijk, zoals hij nu doet. Bovendien: hij wist van kinds af aan toch al wat hij later wilde worden: leraar in het voortgezet onderwijs. “Dat is nog steeds mijn droom. Ja, zo noem ik het: een droom. Lijkt me geweldig om straks jongeren iets bij te brengen wat ik zelf leuk vindt. In mijn geval is dat het Duits. Ik heb gewoon iets met de taal en het land … Ga met mijn vader ook wel eens naar wedstrijden van Dyname Dresden.”
Energie
Het is maandag als we hem spreken. Jesse heeft al vakantie. Het is officieel toetsweek, maar hij heeft vrijstellingen. En dan is het ook nog eens winterstop. Is hij bang dat hij zich gaat vervelen? “Haha … Eerlijk gezegd wel. Ik kan niet zo goed stilzitten. Gelukkig is het volgende week zaalvoetbaltoernooi. Dat organiseer ik. En wat ik de rest van de tijd doe? Misschien stap ik wel met de hond in de trein, ga ik naar het strand in Scheveningen of ik ga een dagje naar het Duitse Aken, beetje rondstruinen daar. Nee, komt wel goed. En gelukkig beginnen dan snel de trainingen ook weer, haha … Het lijkt misschien veel wat ik doe, maar alles wat ik doe, kost me geen energie, maar geeft me energie!”
Droom
Hij is achttien. Een jongen als veel anderen. Gaat graag op stap met vrienden. Maakt het dan ook wel eens te laat. Waar hij dan achteraf wel eens spijt van heeft. Want op zaterdag staat hij vaak om 8 uur op, op zondag om 9 uur. Inderdaad: dan wordt hij op het voetbalveld verwacht, als coach of scheids.
Een jongen als anderen, met dat verschil dat hij altijd bezig is; en altijd wel met voetbal. Is voetbal de belangrijkste bijzaak van de wereld, zoals het gezegde luidt? “Ja. Maar het is toch geweldig om iets te doen zodat anderen daar beter van worden of plezier in hebben. Als ik fluit, probeer ik er voor alle spelers een leuke wedstrijd van te maken. Het mooiste compliment vind ik als spelers na afloop zeggen dat ze niet in de gaten hadden dat ik op het veld stond …”
De toekomst? Jesse: “Drie jaar geleden zochten ze een nieuwe vlagger bij het eerste. Ik heb me toen direct aangemeld. Ik vind het serieus mooi om onderdeel van de selectie te zijn. Ik kan er meer ziek van zijn als Erp verliest dan wanneer PSV verliest … Gelukkig doen ze dat allebei niet zo veel -) Voetbal fascineert me. Alles in en aan het voetbal. Ik hoop ook echt dat we dit jaar kampioen worden met het eerste. Maar dat doet niks af aan die andere wens: leraar Duits worden. Deze zomer fietste ik ’s nachts van de Solexrace met vrienden naar huis. De volgende dag zou ik beginnen aan mijn opleiding tot leraar Duits. Ik weet nog dat ik me dat op mijn fiets realiseerde. Dat gaf me zo’n fijn gevoel … Straks leraar zijn, ja, dat was als kind al mijn droom, dat is het nog steeds!
Jouw reactie?
Lars oirschot vooruit
Ben Hoek
Joris VVG
Theo van Geffen
VV SBC
George de Ferm
Jeroen Vermaas
Arno Methorst
Richard van de kerkhof
Piettie