Tien vragen aan: Danny Blankers (Knegselse Boys)

Deel dit bericht via:


Danny Blankers keert na negen jaar teug als hoofdtrainer in de regio. Zijn laatste club was vv Vessem die hij van 2008 t/m 2010 diende als hoofdtrainer. Daarna is Blankers zes seizoenen actief geweest als trainer van FC ODA waarvan twee jaar als hoofdtrainer. In 2016 verkaste de Veldhovenaar naar Mifano en het afgelopen seizoen was hij Hoofd jeugdopleidingen bij Rood Wit V. Voor het nieuwe seizoen is Danny Blankers aangesteld als hoofdtrainer van Knegselse Boys. We vragen aan Danny welke uitdaging hij ziet in deze vijfdeklasser.

1. Stel je even nader voor aan het amateurvoetbaleindhoven publiek:
Danny Blankers, 42 jaar. Als 6-jarige ben ik toegetreden tot de jeugd van PSV, waar ik ben (op)gegroeid en met grote namen heb mogen werken: een fantastische tijd, ook als jeugdinternational en uiteindelijk profvoetballer. Op mijn 17e ben ik bij Willem II terechtgekomen. Helaas na 4 jaar prof werd ik geconfronteerd met een ernstige vorm van eczeem, dat mij enorm belemmerde in het sporten. Op een lager niveau heb ik een aantal jaren bij D.B.S. in de hoofdklasse gespeeld met een topteam dat op deze site al vaker is besproken. Mijn laatste drie voetbalmaanden heb ik in een talentvolle groep gespeeld bij Rood-Wit Veldhoven tot daar mijn eczeem weer opspeelde. Door Noud van Buul ben ik het trainersvak ingetrokken.
Als trainer ben ik net zo ambitieus als toen ik speler was en wil ik zo lang mogelijk door.    

2. Wat doe je in het dagelijks leven?
Ik ben leerkracht in het basisonderwijs en daarnaast heb ik dus de voetballerij. Ook ben ik erg betrokken bij het sporten van mijn kinderen. Samen met mijn vrouw, die bijna alles om mij heen organiseert, en het gezin vullen we onze vrije tijd met wandelen met de hond, het bezoeken van vrienden, de bioscoop en als het kan verschillende steden.

3. Hoe ben je in het trainersvak beland?
In november van mijn eerste seizoen bij Rood-Wit V speelde ik mijn laatste wedstrijd tegen BVV Den Bosch. Mijn huid was kapot door het eczeem en ik vertelde aan Noud v Buul, Frans Verbeek en Wim vd Berk dat ik zo niet verder kon. We wisten dat dit zou kunnen gebeuren, daar hadden we voor het seizoen begon over gesproken. Heel jammer natuurlijk, maar Noud nam mij direct op in de technische staf. Ik zou hem en Frans ondersteunen en met mijn ervaring de jongens stimuleren en begeleiden. Dit vond ik zo leuk om te doen en ik kreeg van de spelers heel veel waardering, waardoor het trainer zijn bijna net zo leuk was als zelf voetballen. Noud (De generaal), Frans (De cipier) en ik (De professor) waren gedurende drie seizoenen een drie-eenheid en hebben de gehele selectie en de vereniging geholpen naar een ander niveau te groeien. De harde kern Booze-United stond uit en thuis met de megafoon klaar om het muurtje van de tegenstander 2m verder naar rechts te krijgen, dan de keeper wilde.

4. Hoe werk je als trainer?
Eerlijk, openhartig, met respect en rechtdoorzee is mijn manier van werken. Ik probeer de talenten van de mensen om mij heen naar voren te halen. Het woord samenwerken (zonder spatie) is voor mij een kernwoord, zowel voor de groep als de technische staf. Door goed te luisteren, mensen in hun waarde te laten en ze ruimte te geven doorlopen we samen een mooi proces, is mijn ervaring.

Ik probeer een band te creëren met mijn spelers en staf door met ze te spreken, te luisteren, te vertellen over mijn eigen voetbalcarrière als speler en mijn levenslessen door de jaren heen.

Mijn spelers probeer ik altijd bewust te maken van twee afkortingen;
1) T(ogether)E(verybody)A(chives)M(ore)

2) B(eleving)A(cceptatie)S(peldiscipline)I(nzet)C(ommunicatie)S(amen)

Het eerste heb ik een aantal keren zelf ervaren in de jeugd van PSV. Op een internationaal toernooi in Italië, Riccione, met Cees Rijvers als trainer -magnifiek om deze man als trainer én als mens mee te mogen maken- speelden we in de finale tegen AC Milan. Spelers groot en fysiek met baardgroei en wij schriel en met babyfaces. We kregen de opdracht om als collectief te spelen en eerst het publiek en de scheidsrechter achter ons te krijgen. We mochten ook nog niet scoren; acties maken, goed positiespel laten zien en sneller zijn dan de tegenstander m.a.w. uit de duels proberen te blijven (van te voren goed kijken en als eerst bij de bal zijn), maar zeker niet uit de weg gaan. Toen dit eenmaal lukte riep de trainer met zijn platte pet dat we mochten scoren en zo wonnen we die finale als team. We hadden het publiek vermaakt!

Huub Stevens heeft een grote rol gespeeld in mijn vorming als speler. “De basis..,” zei hij altijd. Eerst de basis goed hebben, dan pas de rest. En dat begon met “hoe beleef je het spelletje”. Ik heb altijd 100% gegeven, terwijl er spelers om mij heen waren die dat niet altijd deden. Daar kon ik niet tegen. Je moet ook uitstralen dat je het met plezier doet, beleving of begeisterung.

Het accepteren van beslissingen van scheidsrechters, trainers, spelers en ouders is niet altijd even gemakkelijk en soms ook confronterend, maar dient altijd te gebeuren vanuit respect en eerlijkheid. Uitdelen en incasseren hoort ook bij acceptatie. Ook dat je minder goede velden of spelers tegenkomt. Dat anderen fouten en andere keuzes maken hoort daarbij. Neem de weersomstandigheden, de training en wedstrijd zoals die is, maar geconcentreerd op wat je moet doen, motiveer elkaar en spreek elkaar aan.

Om tot een goed resultaat te komen, het gaat toch altijd om winnen, is er speldiscipline nodig. Ook als je het niet altijd eens bent met de tactiek of met de opstelling of met de trainingsvormen. Teambelang gaat voor individueel belang. Boudewijn Zenden kon op de momenten dat hij moest pieken voor het teambelang gaan, maar als dat niet nodig was ging hij vaak voor eigen belang om zichzelf beter te maken. Ik ben zo vaak voor niets de laatste lijn van de tegenstander voorbij gesprint om in het 16m aanspeelbaar te zijn… en dan de bal niet krijgen. Maar dat heeft, denk ik, achteraf ook te maken met de topspeler die hij is geworden. Je hebt taken en vrijheden in het veld die je samen verkent en afspreekt.

Ik heb me altijd voor 100% ingezet om het maximale uit mezelf als uit mijn medespelers te halen. Als ik op 80% train, dan hoeft mijn medespeler niet voluit te gaan. Ik verwacht in de wedstrijd “De pijp gaat leeg” en op trainingen de intentie om de oefening zo goed mogelijk uit te voeren. Train like you’ve never won, play like you’ve never lost. Van fouten maken, leren we met ons allen. Zo hoeft niemand elkaar iets te verwijten.

In de tijd dat ikzelf speelde had ik een broertje dood aan ‘schijn’ communicatie. Net doen alsof en dan toch iets anders doen. Dit heb ik gelukkig zelden meegemaakt met trainers, maar met spelers die dachten dat ze het waren maar al te vaak. Zij hebben het dus ook niet gehaald. Duidelijkheid zowel binnen als buiten het veld helpt aan de sfeer en schept rust om samen goed te presteren. Ik heb geen probleem om een geroutineerde speler te vertellen dat ik hem passeer, maar geef dan ook de argumenten hoe aan zichzelf te werken. Dit soort zaken blijft binnenkamers. Op tijd communiceren om vervelende dingen te voorkomen is belangrijk en graag mondeling, persoonlijk.

En…ik kan het niet alleen. Samen maken we er een mooi proces en uiteindelijk een mooi product van. Ook speel je voor de supporters en andere betrokkenen van de vereniging. Als wij het goed doen, dan zal de club ook meer gaan leven in het dorp en zal het positief gaan leven. Een trouwe supporter bij Mifano, de postbode, gooide altijd een briefje met tekst door de brievenbus van mijn assistent, Koen vd Boogaart. Hij kwam steeds vaker met plezier kijken, maar bleef wel kritisch. Zo zie ik het graag.

In de praktijk zullen de spelers met wie ik heb gewerkt beamen dat al mijn trainingen in het teken staan van speelwijze-ontwikkeling. Trainingen met bal zijn de basis om bepaalde techniek onder de knie te krijgen en tactisch inzicht te krijgen.  De trainers die mij kennen weten hoe ik speel en dat ik uitga van onze eigen krachten en rekening hou met de tegenstander zonder mijn uitgangspunten los te laten; aanvallend, verzorgd voetbal met het creëren van kansen met veel spelers in en rondom het 16m-gebied. Verdedigend veel pressie op de helft van de tegenstander om zo ook initiatief te houden en dominant te spelen. Ik blijf dicht bij mezelf, zo ben ik met voetbal opgegroeid en vanuit mijn ervaring is dit het leukste voetbal dat er is.
Drie jaar geleden speelden we met Mifano thuis tegen Unitas ’59, terecht ongeslagen kampioen, uitgaande van de hierboven beschreven uitgangspunten. Iedereen verklaarde ons voor gek, maar strijdend en met het voetbal dat we wilden spelen werden we door individuele klasse in de laatste tien minuten verslagen. De spelers van Unitas ’59 en trainer, Koen vd Heijden, waren erg onder de indruk van de wijze waarop we speelden. Een applaus van het publiek toen we het veld afliepen was voor de jongens, een fijne jonge groep, een bevestiging en begonnen ze nog meer te geloven in de manier van spelen.  

Ik werk met de spelers die de club me aanreikt en toon interesse in de jeugdteams. Zo ook dit jaar waar een drietal o17-spelers al op voorhand mogen ervaren hoe en wat we trainen, zodat ze weten dat we ze in het vizier hebben. Mocht ik een speler benaderen, dan is dat een speler waarvan ik weet dat hij erg twijfelt bij zijn huidige club te willen blijven en moet het een aanwinst zijn en niet iemand voor de kwantiteit. “Je komt graag of je komt niet!”

Als trainer laat ik me ook zien bij activiteiten die voor de hele club zijn en probeer selectiespelers te motiveren om vrijwilligerswerk voor hun vereniging te doen.

5. Vanwaar de keuze om je functie van HJO bij Rood Wit V al na een seizoen te verruilen voor hoofdtrainerschap bij Knegselse Boys?
Na acht jaar van Eindhoven tot Venray en Maastricht veel verenigingen op zaterdag en zondag te hebben gezien wilde ik weer rondom Eindhoven trainen. Voordat ik HJO bij Rood-Wit V werd heb ik bij verschillende clubs in de buurt gesolliciteerd. Bij veel clubs hadden ze een top 5 van trainers waarin ik niet voorkwam. Mijn CV trok bij enkele clubs wel hun interesse, maar dat kwam toch niet tot een gesprek. Na schriftelijke sollicitaties wat verder van huis kreeg ik hetzelfde te horen. Bij een aantal clubs waar ik op gesprek ben geweest kreeg een ander de voorkeur. Ooit kreeg ik als argument te horen, dat ik te gemotiveerd was, te ambitieus en een club vond me klinken als een professor. Terwijl we over voetbal spreken…. Maar gelukkig allen eerlijk en dan moet je ook niet verder gaan.

Mijn zoon voetbalt bij Rood-Wit V en ik wist dat ze daar de jeugdopleiding wilden verbeteren. Ik besloot even niet meer te solliciteren als hoofdtrainer en heb voorzitter René vd Ven gebeld. In het gesprek heb ik mijn ambities uitgesproken; één daarvan was het zijn van hoofdtrainer. Ik wilde de club helpen waar ik woon, waar mijn zoon sport en waar ik fijn heb gewerkt. We zijn de uitdaging samen aangegaan met daarbij in ons achterhoofd; mocht Robert Verhoeven stoppen dan zou ik meedingen om het hoofdtrainerschap. Wel of niet in de dubbelfunctie van HJO. Om een lang verhaal kort te houden; helaas is het in de communicatie na mijn sollicitatie, na het bericht van scheidend hoofdtrainer Robert Verhoeven, niet gelopen zoals het in mijn ogen hoort. Ik heb toen besloten mijn horizon weer te verbreden en heb op een aantal vacatures gesolliciteerd, waaronder vijfdeklasser Knegselse Boys. Eerst een telefoontje gewaagd aan Noud v Buul, waar ik in totaal acht jaar mee heb samengewerkt. De man die mij liet proeven aan het trainerschap, mij ruimte gaf om te ontwikkelen en veel met mij heeft gedeeld. Hij vertelde dat hij ook was benaderd, maar dat hij het niet deed. Zijn gezondheid laat het niet toe, maar hij wilde de club wel adviseren in verschillende zaken; ook in het hoofdtrainerschap. Of ik het zeker wist, vroeg hij. Het gaat mij ook in deze weer om het werken met gemotiveerde mensen. In een aantal gesprekken met de nieuw opgezette technische commissie en een laatste gesprek met de spelersgroep hebben we in het bijzijn van de spelers het vertrouwen in elkaar uitgesproken. Dat was voor mij het belangrijkst.

6. De mogelijkheden bij Knegselse Boys zijn beperkt, welke uitdaging zie je bij de club die al jarenlang onderin speelt in de 5e klasse?
De grootste uitdaging heeft Lowie van de Wal al geklaard. Hij heeft met zijn inzet van twee groepen een geheel gesmeed. De volgende uitdaging is qua ranglijst te stijgen en te eindigen in het bekende linker rijtje. Die uitdaging gaat gepaard met de uitdaging om de spelers te laten geloven in de speelwijze en de manier waarop ik dat hen met de technische staf (assistent-trainer Hans Willems, 2e assistent-trainer en tevens keeperstrainer Jean-Paul vd Feesten en leider Remon Pardoel) ga aanleren.

7. Met wat voor een gevoel ga je Lowie van de Wal opvolgen als hoofdtrainer?
Lowie krijgt alle lof na vier jaar met deze groep gewerkt te hebben. Ik heb zo’n 7 á 8 wedstrijden gezien vorig seizoen en dat heeft hij gedaan met een grote betrokkenheid. Dat werd op de laatste wedstrijddag ook door de selectie geuit met een persoonlijk lied. Iedereen spreekt positief over hem.

Ik ga net als hij op mijn manier mijn best doen om het maximale uit de groep te halen. Ik ben niets meer of minder dan hij. We hebben even gesproken en elkaar succes gewenst.

8. Wat is je doelstelling komend seizoen bij Knegselse Boys?
Onze doelstelling met de groep is om een goed proces in de speelwijze te doorlopen. Als de jongens zich daarbij prettig voelen en zich individueel binnen de teamontwikkeling verbeteren, dan verwachten we met ons allen dat we in het linker rijtje zullen eindigen. Op langere termijn zou het mooi zijn als Knegselse Boys een gooi kan doen naar een eerste promotie naar de vierde klasse sinds de oprichting in 1954.

9. Knegselse Boys past bij mij als trainer omdat?
De vereniging heeft aangegeven te willen ontwikkelen op verschillende vlakken. Dit doen ze realistisch en met veel inzet. De groep en betrokkenen zijn erg gemotiveerd om mee te gaan in de veranderingen die nu plaatsvinden en zaken die al veranderd zijn. Heel veel kleine stappen vooruit betekent dat we veel spelers bereiken in hun ontwikkeling en graag lever ik een positieve bijdrage aan de uitstraling van voetbalvereniging Knegselse Boys. Dit heeft de club nodig en dit past op dit moment bij mij.

10. Bewondering voor?
Voor mijn ouders, mijn gezin, voor alle vrijwilligers die zoveel werk verzetten waardoor een vereniging of instantie loopt zoals die loopt, want zonder hen lukt het niet. Een vereniging heeft ook een maatschappelijke functie en met die vrijwilligers krijgt die rol ook een duidelijke betekenis voor de omgeving.

© 2019 Amateurvoetbal Eindhoven, op dit artikel rust copyright.

Jouw reactie?